Regering steggelt over Papoea-rapport PDF Afdrukken

Het rapport van professor Drooglever over de Papoea's in Nieuw-Guinea heeft in Nederland geleid tot politieke spanning tussen minister Bot van Buitenlandse Zaken en VVD-aanvoerder Van Aartsen.  Minister Bot weigerde het rapport in ontvangst te nemen omdat het volgens hem niet in opdracht van de regering is geschreven, maar op verzoek van de Tweede Kamer. Van Aartsen spreekt dat tegen en beschouwt het onderzoek wel als een regeringsopdracht.

Het was Van Aartsen zelf, die in 2000 als minister van Buitenlandse Zaken opdracht gaf aan het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis om onderzoek te doen. Hij wilde laten uitzoeken hoe Nederland in 1962 instemde met de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië.

Schijnvertoning
Het onderzoek van professor Drooglever concludeert dat Nederland niet veel heeft gedaan voor het lot van de Papoea's. Onder druk van de Verenigde Staten stemde de Nederlandse regering in 1962 in met de overdracht van haar kolonie Nieuw-Guinea aan Indonesië. Voorwaarde was wel dat de Papoea's daar uit vrije wil mee akkoord zouden gaan. Volgens Drooglever werd de volksraadpleging in 1969 over dit onderwerp een schijnvertoning. Indonesië slaagde erin de bevolking zo te manipuleren en onder druk te zetten dat de uitkomst van het referendum een unanieme steun liet zien voor de Indonesische hegemonie over Nieuw-Guinea.

wma-1.jpg real-k1.jpg
Luister naar een gesprek met Victor Kaisiepo van de Beweging Vrij Papoea (7'14")

Zowel Bot als Van Aartsen zijn het erover eens dat het onderzoek een

historische studie is die geen politieke consequenties moet hebben. Zij zien geen aanleiding voor een wijziging van het kabinetsbeleid over Nieuw-Guinea en de Indonesische territoriale grenzen. De controverse tussen de twee bewindslieden gaat zuiver over de vraag of het onderzoek in opdracht van de regering is uitgevoerd. Van Aartsen vindt van wel, maar Bot is het niet met hem eens. Hij wilde daarom de resultaten van het onderzoek niet in ontvangst nemen, om de Indonesische regering niet voor het hoofd te stoten. Bot had een dag eerder juist een beleidsstuk gepubliceerd over de wenselijkheid om bilaterale contacten tussen Nederland en Indonesië uit te breiden. 

GPV parlementariër Middelkoop noemde het "verwijtbaar" dat Bot niet aanwezig was bij de presentatie van het rapport. "Minister Bot had die gelegenheid moeten benutten om het werk van zijn vader voort te zetten", aldus Middelkoop. De vader van Bot was bestuursambtenaar in Nederlands Indië en van 1959 tot 1963 staatssecretaris voor Nieuw-Guinea.

Ook de Tweede Kamer wil geen debat over het rapport en de Indonesische aanspraak op Nieuw-Guinea niet ter discussie stellen. De Kamer vindt wel dat Indonesië moet doorgaan met de speciale autonomiewetten die zijn opgesteld voor de provincie Papoea.

Historische aanvulling
Ondanks de algemene overtuiging dat het rapport geen politieke gevolgen moet hebben, zien de Papoea's zelf het juist wel als steun om opnieuw aan te dringen op staatkundige zelfstandigheid van Nieuw-Guinea. Minister Bot haastte zich dan ook te verklaren dat Nederland op geen enkele manier steun geeft aan die wens. Het rapport van professor Drooglever is daardoor niets meer dan een historische aanvulling op geschiedenisboekjes, zonder dat er consequenties worden getrokken over laakbaar gedrag van de Nederlandse regering ten aanzien van de Papoea's

Bron: Wereldomroep