Papualeider blijft strijdbaar PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Michel Maas voor De Volkskrant   
vrijdag 20 maart 2009 01:00

REPORTAGE, Van onze correspondent Michel Maas
gepubliceerd op 20 maart 2009 20:23, bijgewerkt op 20:25

JAKARTA - Papua’s die onafhankelijkheid nastreven, heten in Indonesië vijandige separatisten. Toch nodigde Jakarta hun leider uit.

‘Je Pin! Waar is je Pin! Je moet nu je Pin’ Ambassadeur Junus Habibie kijkt licht vertwijfeld naar het colbertje van Nicolaas Jouwe. Op de kraag van het jasje had een ‘pin’, een speld moeten zitten: een speld met de vlag van Papua. En die speld had Jouwe, de hoogbejaarde Papualeider, moeten overhandigen aan de Indonesische minister Aburizal Bakrie, die naast hem zit. De speld is er niet, en de overhandiging gaat niet door. ‘Nog niet’, zegt Jouwe beslist. ‘Daarvoor is het nog niet de tijd.’

Nicolaas Jouwe (85) is voor het eerst sinds 1962 in Indonesië. Hij heeft 47 jaar als balling in Nederland geleefd, maar nu is hij dan in Jakarta, op uitnodiging van de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono. De president zelf heeft hij nog niet ontmoet, maar vrijdag heeft Jouwe een eerste gesprek met de minister van Welzijn, Bakrie. Verder dan het ‘uitwisselen van beleefdheden’ is dat gesprek niet gekomen, zegt Jouwe, maar dat is voldoende. Met Javanen moet je behoedzaam omgaan, weet Jouwe: ‘bij Javanen moet je de dingen altijd heel fijntjes zeggen’, zegt hij vóór het gesprek, ‘want een Javaan verliest liever zijn geld dan zijn gezicht. Zij hebben zulke lange tenen’

Van die tenen trekt hij zich meteen bij zijn eerste publieke optreden echter weinig aan. Op de persconferentie na afloop van het beleefdheidsgesprek opent Jouwe de tweede zin al met de constatering dat Papua en Indonesië ‘twee naties’ zijn, ‘buurlanden’. Voor een Indonesiër zou het een doodzonde zijn om zo te spreken. Papua is een provincie van Indonesië. Wie zegt dat dat niet zo is, is een ‘separatist’, en separatisten zijn de ergste vijanden van Indonesië. Maar de oude Jouwe mag het natuurlijk zeggen. Hij is een separatist in hart en nieren, en dat verander je niet in een dag.

Habibie, de ambassadeur van Indonesië in Nederland, is met Jouwe meegereisd. Hij heeft donderdag een persconferentie gehouden waar hij de lmedia alvast een beetje heeft voorbereid op wat ze vrijdag te wachten staat. Informatie is nodig, want Indonesiërs hebben geen idee wie Nicolaas Jouwe is. Niemand weet dat hij de gedoodverfde president van het onafhankelijke Papua was, toen Indonesië zich het toenmalige Nieuw Guinea in 1963 toeëigende. Bijna niemand weet hier overigens dat Indonesië destijds afspraken met de VN aan zijn laars lapte en de Papua’s een beloofd referendum door de neus boorde. Dat wordt in Indonesië in de geschiedenisboekjes anders geleerd: daar heet het dat de Papua’s unaniem kozen voor aansluiting bij de republiek.

De Indonesische journalisten is ook verteld dat Jouwe naar Indonesië is gekomen om hier te verklaren dat hij de strijd voor de onafhankelijkheid van Papua opgeeft. En dat hij nu dus een speld met de Papua-vlag, de ‘Trikora’ die hij zelf lang geleden heeft ontworpen, aan Bakrie overhandigen.

Maar Jouwe denkt er niet aan. Hij heeft de speld niet meegenomen. ‘Daarvoor ben ik hier niet’, zegt hij na de persconferentie. Hij begint in de lobby van zijn hotel over ‘roof’, ‘moord’ en zelfs ‘genocide’, waarvoor de Indonesiërs ooit nog wel eens ter verantwoording zullen worden geroepen.

Niet dat hij dat de ministers en de president in hun gezicht zal zeggen. Daar schiet je niets mee op. ‘Wij moeten een oplossing zoeken voor de Papua’s.’ En als er straks een oplossing komt waarin Papua niet helemaal onafhankelijk is, maar zelfstandig, zoals bijvoorbeeld Hongkong, dan zij het zo. Als de Indonesiërs Papua maar niet zomaar cadeau krijgen. ‘Ik ben gekomen om te praten, face to face, en om Papua te zien.’ Daarna zien wij wel weer verder.

Zondag zal Nicolaas Jouwe voor het eerst sinds 1962 voet zetten op Papuase bodem.