De koning van Papoea is terug PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Elske Schouten - NRC   
zondag 22 maart 2009 21:09

zondag 22 maart 2009 door Elske Schouten

Nicolaas Jouwe, met rechts achter hem zijn zoon Nico

Honderden Papoea’s stonden Nicolaas Jouwe op te wachten, toen hij vanochtend van de vliegtuigtrap in Jayapura afdaalde. Hij kreeg meteen een bloemenkrans omgehangen. En daarna deed hij wat hij zich had voorgenomen: hij riep zijn voorvaderen aan in de taal van zijn vader en in die van zijn moeder. Daarna ging hij languit op het asfalt liggen om de grond te kussen.

Als er niet zoveel agenten van de regering hadden rondgelopen die alle aanwezigen filmden en fotografeerden, zou je bijna vergeten dat dit een politiek beladen bezoek is. Jouwe zou een kleine vijftig jaar geleden premier worden van een onafhankelijk Papua. De politieke machinaties waar Jouwe de afgelopen dagen in Jakarta in verwikkeld raakte - en waarover ik binnenkort zal schrijven in een stuk voor de krant - leken vandaag ver weg.

Vandaag ging het om familiebezoek. Zo zag hij na al die jaren weer zijn jongste zuster, met wie hij wel regelmatig contact had. Een nichtje snikte dat ze zo blij was haar ‘opa’ voor het eerst te zien. ,,Het gaat niet alleen om politiek, het gaat ook om emotie”, zei een van de delegatieleiders van de regering.

,,Ik ben eindelijk thuis”, zei Jouwe toen hij een klein uurtje later in de hotellobby in Jayapura zat, met uitzicht op het eilandje waar hij is geboren. Als driejarige werd hij daar in het water gegooid en moest hij naar het vasteland zwemmen. ,,Als je dat kon, als je jezelf kon redden, dan was je de kampioen.”

Hoe het met zijn politieke missie zal aflopen is nog ongewis, maar zijn terugkeer is in elk geval geslaagd. In de documentaire Koning zonder Land liet Jouwe nog weten dat het er niet meer in zat op zijn 85ste, een bezoek aan zijn vaderland. Nu is hij hier met twee van zijn kinderen. ,,Dit is echt een droom. Dit had ik nou nooit gedacht, dat ik hier in een hotel zou zitten en zo naar mijn geboorte-eilandje zou kijken.”