Indonesisch kolonialisme mag? door: Nino Solisa PDF Afdrukken E-mailadres
dinsdag 29 april 2014 04:54

Indonesisch kolonialisme mag? door: Nino Solisa

Nino Solisa is een student in de Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit van Groningen, waar hij onder andere onderzoek deed naar de vraag of de Zuid Molukken zelfbeschikkingsrecht hadden.                                      
De vraag of de Zuid-Molukken   wel of niet zelfbeschikkingsrecht hadden kan volgens Solisa niet zo rechtlijnig beantwoord worden als door historicus Cees Fasseur.
 
 
In zijn bijdrage aan O&D van 8 januari dit jaar tracht emeritus hoogleraar Cees Fasseur het recht op zelfbeschikking van de Zuid-Molukken te marginaliseren. Fasseur reageerde op het op 6 januari gepubliceerde artikel van professor Verbon, die oud-premier Dries Van Agt een bijzondere selectiviteit verweet in zijn verontwaardiging over aantasting van internationaal recht. Hiermee neemt de maatschappelijke discussie over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 een interessante wending. Vanuit het licht van de oorspronkelijke discussie lijkt de in Nederlands-Indië geboren Fasseur (oud-collega en intimus van Van Agt) aan het grote publiek duidelijk te willen maken dat de omgekomen Molukse treinkapers streden voor een onjuiste of onhaalbare zaak. Bij het trekken van deze conclusie gaat historicus Fasseur helaas voorbij aan enkele belangrijke historische feiten.
In zijn opiniestuk stelt Fasseur dat aan de Zuid-Molukken geen recht op zelfbeschikking was toebedeeld in de akkoorden die geleid hebben tot de (tot op heden onvoltooide) dekolonisatie van Indonesië. Hij stelde dat er eerst gekeken had moeten worden naar de vervulling van een “intern zelfbeschikkings-recht” binnen de Verenigde Staten van Indonesië. In de gegeven omstandigheden was dit echter volkomen onrealistisch, omdat de Verenigde Staten van Indonesië al snel werden ontmanteld door de voorvechters van de eenheidsstaat van de Republiek Indonesië. De vraag is ook in hoeverre de schriftelijke erkenning van het bestaan van het zelfbeschikkings-recht bij een dergelijk universeel beginsel van internationaal recht vereist kan worden. Des temeer daar, hoewel later uitgewerkt, het recht op zelfbeschikking van volken reeds sinds 1945 was vervat in artikel 1 lid 2 en artikel 55 van het Handvest van de Verenigde Naties. Met het instorten van de Verenigde Staten van Indonesië was er voor het Molukse volk geen andere optie dan een beroep op haar recht op zelfbeschikking. De latere illegale militaire annexatie van het Zuid-Molukse grondgebied kan het Molukse volk juridisch niet onder-werpen aan het Indonesische eenheidsgezag. Hier geldt het beginsel uit het volkenrecht: Ex injuria jus non oritur (uit onrecht ontstaat geen recht).
Dat de Molukken in een conflict enige tijd na de soevereiniteits-overdracht zich voor de uitoefening van een fundamenteel menselijk recht op vrijheid zouden moeten beroepen op een akkoord ondertekend door de vroegere kolonisator en de partij die op het punt stond het Molukse grondgebied militair te annexeren, is ridicuul en volledig in strijd met de geest van dekolonisatie en het internationaal volkenrecht.
De heer Fasseur is daarnaast voorbijgegaan aan de wijze waarop de Zuid-Molukken zijn toegetreden tot de deelstaat Oost-Indonesië. Op 11 maart 1947 heeft de Raad van de Zuid-Molukken besloten voorlopig toe te treden tot de deelstaat Oost-Indonesië, op voorwaarde dat het Zuid-Molukse gewest het recht had uit de deelstaat te treden, wanneer zou blijken dat deze deelstaat Oost-Indonesië de Molukse belangen niet zou kunnen waarborgen. Zowel verleden als ook het heden hebben uitgewezen dat dit laatste werkelijkheid is geworden. De deelstaat Oost-Indonesië kon helaas geen weerstand bieden tegen de in aantocht zijnde eenheidsstaat onder leiding van Soekarno, die reeds in maart 1950 was begonnen deelstaten al dan niet militair aan de eenheidsstaat toe te voegen. Het Molukse bestuur voorzag dat binnen een grote eenheidsstaat de Molukken het zouden moeten ontgelden. Na  een volksbijeenkomst en een daaraan gekoppeld tevergeefs appel op handhaving van de deelstaat Oost-Indonesië, besloot de Raad voor de Zuid-Molukken op 25 april 1950 met spoed gebruik te maken van het vastgelegde recht op uittreding uit de deelstaat en een aanspraak te maken op het aan elk volk toekomende recht op zelfbeschikking. Al snel werd zij aangevallen door de troepen van Soekarno.
Bijna vier maanden later, op 17 augustus 1950, werd de Indonesische Republiek, zoals wij hem nu kennen, uitgeroepen. In dat licht kunnen er nog enige vraagtekens worden gezet bij het bestempelen van de Republik Maluku Selatan (RMS) als zijnde “separatistisch”. Zij bestond immers eerder dan de Republik Indonesia. Het stuk van de heer Cees Fasseur is te beschouwen als een schoolvoorbeeld van het gezegde dat de geschiedenis  altijd wordt geschreven door de (militaire) overwinnaar. Gelukkig laat de toekomst zich nog schrijven. 
 
Bezoek ICM Online - Toegang tot de Indische wereld (Akses kepada Dunia) op:  http://icmonline.ning.com/?xg_source=msg_mes_network
Door F.Schwab (ICM Editor) geplaatst op 29 April 2014 om 11.29