Als toerist naar Papua en leren van verleden PDF Afdrukken E-mailadres
donderdag 07 juli 2016 06:39

ND – door Gerhard Wilts - 7 juli 2016

_

Aad Kamsteeg, schrijver van een boek over Papoea’s, wil begin volgend jaar met een groep toeristen drie weken rondtrekken in Papua. Veel jongeren weten nauwelijks meer dat het nu meest oostelijke deel van Indonesië eens een Nederlandse kolonie was.

‘In contact komen met de Papoea’s en hun cultuur, in combinatie met het genieten van het ongerepte natuurschoon in dit deel van Indonesië. We willen starten in de provinciehoofdstad Jayapura en daar bijvoorbeeld ontwikkelingsprojecten bezoeken. In Wamena, in het binnenland, nemen we een kijkje in een door Nederlanders opgezette kliniek, waar veel aidspatiënten worden behandeld. Aids is een ramp onder Papoea’s. We gaan naar Biak en sluiten af op de schitterende Raja Ampat-eilanden met hun rijk gevarieerde onderwaterwereld. We willen christenen en kerkelijke voorgangers ontmoeten.’

Is het lastig om deze Indonesische provincie binnen te komen?

‘Niet voor toeristen. Tegelijk gaat het om een toeristisch nog grotendeels onontgonnen gebied, terwijl men er toch over goede hotels beschikt. Er gaan wel geregeld veteranen heen die indertijd in Nieuw-Guinea hebben gediend. Natuurlijk ligt politiek er gevoelig. Daarmee moet je rekening houden. Maar een zoon van ons heeft vorig jaar vrij in de Vogelkop kunnen filmen ten behoeve van een project om Nederlandse bedrijven te interesseren in Papua te gaan investeren. Hij sprak er met de gouverneur van die regio en in Jakarta met de Senaatsvoorzitter. Beiden zeiden dat Nederlandse inbreng zeer welkom is.’

Gaan er ook jongeren mee?

‘Dat zou ik graag willen, maar het zal een niet al te goedkope reis worden. Vooralsnog hebben zich vooral ouderen aangemeld. Tegelijk heb ik jonge studenten uit Amsterdam ontmoet die naar Papua zijn geweest in het kader van het project dat ik zojuist noemde en die razend enthousiast zijn over hun kennismaking met de cultuur en geschiedenis van Papua. Ik denk dat idealistische jongeren van de reis zullen genieten.’

Wat weten zij nog over de Papoea’s en Nederlands-Indië?

‘Naar mijn indruk weten jongeren vrijwel niets meer over de Papoea’s; dat zijn toch donkere mensen of zo? Vreemd genoeg besteedt de buitenlandse pers meer aandacht aan dat gebied dan de Nederlandse. Waarom bij ons wel berichtgeving over Suriname en niet over Papua? Jongeren weten bij wijze van spreken meer over Bangladesh dan over dit stukje koloniale geschiedenis. Dat zwijgen van de media over de Papoea’s is mij een raadsel. Ook in het onderwijs lijkt me dit deel van ons verleden, met alle mooie en zwarte kanten, zwaar onderbelicht.’

Kan toerisme naar Papua een keerpunt worden in de aandacht voor die geschiedenis?

‘In dat perspectief gezien is de reis die wij in samenwerking met Makor Reizen maken, natuurlijk wel heel bescheiden. Maar misschien kunnen we toch iets positiefs op gang brengen. We zullen in elk geval hartelijk ontvangen worden. Nederlanders zijn in Papua graag gezien, wat ook te maken heeft met ons gezamenlijke verleden. Maar nu gaat het vooral om hun toekomst. Als we daaraan iets positiefs kunnen bijdragen, wil ik dat niet nalaten.’