Naar het trainingskamp van de Papoea’s PDF Afdrukken E-mailadres
zaterdag 11 februari 2017 11:55

Leidsch Dagblad - Ruud Sep - 11 Febr. 2017

Een kleine drie weken zat de Leidse fotograaf Taco van der Eb in oktober vorig jaar in het grensgebied tussen het onafhankelijke Papoea Nieuw Guinea en de Indonesische provincie West-Papoea. Samen met docente internationaal recht aan de Haagse Hogeschool Szilvia Csevár ging de fotograaf op zoek naar de verhalen van vluchtelingen uit West-Papoea die zich al decennia lang ophouden in het oerwoud. De foto’s die hij tijdens zijn verblijf maakte, zijn sinds deze week te zien op een expositie in het gebouw van de Haagse Hogeschool achter station Hollands Spoor.

,,Het was een idee van Szilvia’’, vertelt de fotograaf daags na de opening van de expositie. Zij is als jurist betrokken bij de International Lawyers for West Papua en vroeg mij om mee te gaan.’’

Het plan was om diep het oerwoud in te trekken, op zoek naar vluchtelingen uit het Indonesische West-Papoea. Van der Eb: ,,We wilden in contact komen met vluchtelingen die pas onlangs de grens waren overgestoken. West-Papoea is enorm gesloten. Als journalist komt je West-Papoea niet binnen. De hoop was dat recente vluchtelingen een beter beeld konden geven over de huidige situatie.’’

Daarnaast was het plan om de guerrilla in het grensgebied beter in beeld te krijgen. In de regio hebben diverse groepen van vluchtelingen zich verenigd in kleine strijdgroepen. Concurrerende strijdgroepen, zo merkte Van der Eb al kort na aankomst. ,,Onze fixers bleken tot één van die groepen te behoren. En doordat er net wat onenigheid was geweest, durfden ze geen contact te leggen met de commandanten van andere groepen. Dat schijnt wel vaker te gebeuren: dan gaat er weer het verhaal dat een commandant in gesprek zou zijn met de Indonesiërs, en dan vertrouwen ze elkaar niet meer. Daardoor hebben we uiteindelijk een week vast gezeten in een missiepost in het binnenland.’’

Vanuit die missiepost konden de gasten al wel via de rivier naar een kamp met vluchtelingen uit West-Papoea. Wat hij onderweg zag, was een ecologische ramp. ,,Verderop zit een goudmijn. Daar wordt heel veel geld verdiend. Maar al het afval wordt geloosd op de rivier. Die slibt daardoor dicht en vergiftigt de hele omgeving. De vis is niet meer te eten en het land waar de vluchtelingen hun eten verbouwen wordt onbruikbaar. Je ziet hoe de rand van het bos afsterft en hoe er een dikke, grijze laag slib langs de oever ligt. Het is redelijk verschrikkelijk wat daar aan de hand is,’’

Uiteindelijk besluiten Van der Eb en Csevár dan maar op eigen houtje de jungle in te trekken. ,,Dat was een dag reizen: eerst een eind achterin een pick up truck, daarna uren in een kano en tenslotte nog een lange tocht te voet door het oerwoud. We kwamen bij een dorpje waar meteen de hele bevolking werd opgetrommeld. Nadat we aan iedereen hadden uitgelegd wat we kwamen doen, werden we welkom geheten. Aan de oude mannen van het dorp hebben we toen gevraagd of ze ons in contact konden brengen met het gewapend verzet.’’

De volgende dag trekt het bezoek onder begeleiding het oerwoud in. Ze komen aan bij een trainingskamp waar een stuk of dertig mannen en vrouwen oefenen op guerrilla-tactieken. Een enkeling heeft een zelfgemaakt geweer, de meesten moeten het doen met een traditionele pijl en boog. ,,Je kon wel zien dat die jongens getraind zijn, maar niet echt goed. Het is natuurlijk niet de grootste schrik van het Indonesische leger. Maar er vinden in de regio wel geregeld schermutselingen plaats. En later hoorde ik van een vooraanstaand politicus dat er ook wel groepen zijn die over modernere wapens beschikken. Het zou me eerlijk gezegd niks verbazen. Er zit daar goud, er is daar geld. Dus ze kunnen die wapens kopen.’’

Het liefst was Van der Eb verder getrokken, op naar die andere, wellicht beter bewapende strijdgroepen. ,,Op het eind lukte het me ook om zelf contacten te leggen. Maar toen was er geen tijd meer om daar naar toe te gaan.’’

Dus binnenkort maar weer terug naar Papoea Nieuw Guinea? ,,Misschien wel, ja. Ik zou graag nog eens terug gaan, maar het is nogal een dure hobby. Ik ben bij elkaar een maand weg geweest. Dat betekent een maand geen inkomen en het kost allemaal bakken vol met geld. Omdat je zo afgelegen zit, is alles tien keer zo duur.’’

https://www.leidschdagblad.nl/playlist/leiden-uitgelicht/artikel/naar-het-trainingskamp-van-de-papoeas