‘Op bezoek in Papua voel je het onrecht’ PDF Afdrukken E-mailadres
maandag 04 februari 2019 17:15
Nederlands Dagblad 4 februari 2019
Aad Kamsteeg nd.nl/buitenland
‘Op bezoek in Papua voel je het onrecht’
Amersfoort
Papoea’s en Nederlandse sympathisanten bezochten zaterdag de jaarlijkse solidariteitsdag in Amersfoort. Er werd gehamerd op zelfbewustzijn: ‘Wij Papoea’s kunnen het zelf.’
‘Ik nam mijn zoon mee naar Papua, het land waar zijn grootouders zijn geboren. Mijn zoon is zeventien en hoort bij de vierde generatie Papoea’s sinds onze ouders in 1962 door de Indonesische machtsovername gedwongen waren naar Nederland te komen. Weet je wat hij aan het einde van het bezoek zei? ‘‘Het was net of de mensen daar in een diep dal terecht zijn gekomen.’’
En ja, dat is ook zo. Hij en ik hebben natuurlijk genoten van de schitterende natuur. Maar echt, ik heb gezocht of er daarnaast iets positiefs te ontdekken was, iets wat in al die jaren beter is geworden. Maar ik heb het niet gevonden.’
gevlucht
Dit getuigenis klonk zaterdag tijdens de jaarlijkse Papua Solidariteitsdag in Amersfoort. Daar kwamen kinderen en kleinkinderen van indertijd naar Nederland gevluchte Papoea’s aan het woord.
De door Nederlanders en Papoea’s goed bezochte bijeenkomst had als thema Siapakah Aku, oftewel Ken je mij? Dr. Fransina Yoteni van de Evangelisch Christelijke kerk in West-Papua (GKI-TP) en de gids Welly Manufandu waren uit Papua overgekomen.
Doel was hen niet alleen Nederlandse sympathisanten te laten ontmoeten, maar ook volksgenoten die inmiddels geworteld zijn in de Nederlandse samenleving.
belofte
Zo bevonden zich onder de aanwezigen ook kinderen en kleinkinderen van wijlen Marcus Kaisiepo en Nicolaas Jouwe, Papoea’s aan wie Den Haag indertijd de belofte had gedaan van een proces naar een zelfstandige staat.
Ook de jongere generatie constateert nu dat onder Indonesisch bestuur in Papua veel in negatieve zin is veranderd. De meest schokkende ontwikkeling is misschien wel dat de Papoea’s door massale immigratie uit Java en andere delen van Indonesië nu een minderheid van 40 procent in eigen land zijn geworden.
Uit de verhalen die tweede en derde generatie ‘Nederlandse Papoea’s’ vertelden, bleek dat zij toch over het algemeen onbevooroordeeld naar het geboorteland van hun (groot)ouders waren gereisd. Ze kenden de verhalen van hen die onder Nederlands bestuur in Nieuw-Guinea hadden geleefd en hadden uit allerlei bron gehoord over Indonesische schending van mensenrechten en verwaarlozing. ‘Indonesië stopt wel veel geld in de ontwikkeling van het land, maar niet in de ontwikkeling van de bevolking.’ Maar nu wilden zij met eigen ogen gaan zien hoe de situatie is.
gastvrijheid
De ontvangst door familieleden was steeds buitengewoon hartelijk geweest, alsof de eens verloren kleinzoon of -dochter weer was thuisgekomen. Femke Schouten vertelde dat de gastvrijheid zo groot was, dat zij niet zoveel mogelijkheden had diep in de problematiek van het land te duiken. Maar dat er voor Papoea-jongeren veel te weinig banen zijn en de toegang tot onderwijs moeilijk is, had ze wel begrepen. ‘Je voelde bij de familie veel onrecht.’ Een ander vertelde dat in kampongs niet zelden gewoon land wordt afgepakt en dat bossen worden gekapt om er palmolieplantages aan te leggen.
zelfbewustzijn
Tegelijk wijzen recente bezoeken uit dat er wel degelijk nog veel zelfbewustzijn onder jonge Papoea’s leeft. Dagvoorzitter Vien Sawor, dochter van wijlen banneling Zacharias Sawor, onderstreepte dat het voor de toekomst van de Papoea’s essentieel is juist dat zelfbewustzijn – ‘wij Papoea’s kunnen het zelf’ – handen en voeten te geven.

Precies dat is Welly Manufandu bezig te doen. Zij gidst bezoekers, onafhankelijk van door niet-Papoea’s gerunde reisbureaus.