Schuilen in het oerwoud. Papua is de gevaarlijkste provincie van Indonesië. PDF Afdrukken E-mailadres
woensdag 17 april 2019 14:02

Nederlands Dagblad – door Wietse Tolsma – 17 april 2019

190417071002.img-p18victormamborvanjubi-20190416 cropped-25-380-248-0-157.shrinkcentercrop.702x306

Victor Mambor: ‘Het leger schoot op doodsbange burgers.’ | beeld Wietse Tolsma

Terwijl in Indonesië vandaag presidentsverkiezingen worden gehouden, zijn Papoea’s met hun gedachten heel ergens anders. Is het een optie om net als de ­rebellen de wapens op te nemen tegen de bezetter?

De presidentsverkiezingen in Indonesië lijken voor de huidige president Joko Widodo (‘Jokowi’) in de provincie Papua een gelopen race. Verwacht wordt dat hij in deze meest oostelijke provincie van de archipel zijn zege in 2014 van 60 procent zal evenaren of zelfs overtreffen. Jokowi wordt gezien als een man van de dialoog – een reputatie die hij als gouverneur van de hoofdstad Jakarta had opgebouwd en in zijn jaarlijkse presidentiële goodwillbezoek aan de opstandige provincie heeft bevestigd. Jokowi is populair onder de Papoea’s. De militaire achtergrond van zijn ­rivaal, oud-legerleider Prabowo ­Subianto, schrikt hen af.
Toch gaan de verkiezingen aan de meeste Papoea’s voorbij. Hun dilemma is, hoe zich te verhouden tot een staat die volledige loyaliteit eist en hun vrijheidsidealen smoort.
Er is brede, stille sympathie voor de rebellen in het binnenland die de wapens hebben opgenomen.
Je hoeft maar even in de hoofdstad Jayapura op straat het onderwerp ‘vrijheid’ of ‘onafhankelijkheid’ aan te snijden en tientallen Papoea’s verzamelen zich om om je heen, om hun grieven en ongenoegen te spuien over het regime. Ze zijn voorzichtig, op hun hoede voor ongewenste omstanders. Spionnenmaatschappij, geweld, intimidatie, discriminatie, uitsluiting en minachting, dat zijn vooral de woorden die zacht en toch krachtig in je oor worden gesist. Ze leven immers onder een bezettingsmacht.

Volksstemming

Een oudere Papoea eist een nieuw referendum om zich uit te spreken over de toekomst van zijn land, zijn volk. Die eerste gelegenheid was er in 1969 en dat zijn de Papoea’s niet vergeten. Na de overdracht van het toenmalige Nederlands-Nieuw-­Guinea aan de republiek Indonesië in 1963, werd een volksstemming in het vooruitzicht gesteld: een onafhankelijke republiek Papua of aansluiting bij Indonesië. Het referendum, onder supervisie van de Verenigde Naties, werd een farce. ­Indonesië regisseerde en manipuleerde de stemming in de richting van de gewenste uitkomst.
Papua werd een provincie van Indonesië. Sindsdien is het gevaarlijk om de Papua-identiteit te benadrukken. Het kan je dood betekenen.
Het overmachtige leger, speciale commandotroepen, politie en veiligheidsdiensten creëren een permanente sfeer van angst en wantrouwen, die diep in de poriën van de samenleving en het lokale bestuur doordringen.
Illustratief hiervoor is de tragedie die zich ontvouwt in de regio Nguda in het zuiden van Papua. In december vorig jaar doodden rebellen van het West Papua Bevrijdingsleger negentien bouwarbeiders van het staatsbedrijf PT Istaka Karya. Ze werkten aan de aanleg van een nieuwe verbindingsweg tussen Sorong en Merauke, een megaproject waaraan president Jokowi zijn naam heeft verbonden. In de jacht op de rebellen sloeg het leger vervolgens met Operasi Nemangkawi hard terug. ‘Vanuit helikopters schoten soldaten met mitrailleurs op willoze en doodsbange burgers in het Ngudagebied’, zegt Victor Mambor. Mambor, gerenommeerd journalist en directeur van het persbureau Jubi in Jayapura, bezocht in januari op uitnodiging van het leger de dorpen. ‘Ik moest de indruk krijgen dat het overal pais en vree was en dat er alle reden was om weer terug te keren naar de dorpen. Het was een leugen. Toen ik een moment de kans kreeg een achterblijver te spreken, bleek me wat voor nachtmerrie het moet zijn geweest voor deze mensen. Voor het eerst van hun leven zagen ze een helikopter, maar wel als een moordmachine. In maart zijn nog eens zeshonderd soldaten naar het gebied gebracht.’
De cijfers vertellen hun eigen verhaal. Bijna twintigduizend mensen zijn sinds december de tientallen kampongs ontvlucht en zochten hun toevlucht in nabijgelegen dorpen of in het oerwoud. Een groot aantal families houdt zich daar nog steeds schuil en leeft van het karige voedsel dat de mannen ’s nachts uit de tuinen in de omtrek verzamelen. Zeker dertien mensen zijn al gestorven.

hulp van vrijwilligers

Een groep van tweeduizend radeloze ontheemden besloot op weg te gaan naar Wamena, het bestuurscentrum van het binnenland. Een aantal kinderen en vrouwen stierf onderweg van kou, honger en uitputting. In Wamena zijn door vrijwilligers ­shelters voor de vluchtelingen ingericht, tegen de zin van het commando van het Indonesische leger.
Mambor: ‘Vrijwilligers die hulp bieden en provisorische scholen in de kampen in Wamena opzetten, worden bedreigd door het leger, dat de vluchtelingen niet erkent en hun ondersteuning als een indirecte steun voor de rebellen beschouwt. Dat geldt ook voor de bestuurder van Wamena. Ook hij wordt gecriminaliseerd en zit tussen twee vuren. De man wil helpen, maar is machteloos. Mambor noemt het een groot schandaal. Vertel het de wereld.’
In een gezamenlijke verklaring hebben de Wereldraad van Kerken, de International Coalition for Papua, ­Tapol en andere mensenrechten­organisaties de Indonesische regering opgeroepen de militaire acties te staken en de vluchtelingen een veilige terugkeer naar hun dorpen te ­garanderen.

Ga naar het artikel in het Nederlands Dagblad