Aan de frontlinie in West-Papoea Afdrukken
vrijdag 31 mei 2019 08:04

360 magazine – door Stefanus Pramono - 31 mei 2019

onafhankelijkheidsstrijder

Foto: Indonesische soldaten dragen het lichaam van een
onafhankelijkheidsstrijder die omkwam bij een aanval op Nduga,
West-Papoea. – © AP

Indonesië.

In West-Papoea maakt het Indonesische leger jacht op rebellen die voor
onafhankelijkheid strijden. Het gebied speelt een sleutelrol in de tweede
ambtstermijn van president Joko Widodo.

Het district Yigi ligt er doods bij. Op deze 31ste maart is er geen enkel
levensteken in deze noordelijke regio van het kanton Nduga in
Papoea-Nieuw-Guinea. De honai [traditionele Papoeahutten) zijn verlaten, de
velden uitgestorven. Geen bewoner te zien. Zelfs geen varken of kip. Yigi
ligt aan de frontlinie tussen enerzijds de Indonesische strijdkrachten en
politie en anderzijds de rebellen van het Nationale Bevrijdingsleger van
West-Papoea ( tpnpb) onder bevel van Egianus Kogeya. Op de heuvel vanwaar de
toegang tot Yigi kan worden bewaakt zijn tientallen Indonesische militairen
gelegerd in vier barakken die het eigendom zijn van PT Istaka Karya, het
staatsbedrijf dat de Trans- Papoeaweg in Nduga aanlegt. Op de top wappert
een rood-witte vlag, de kleuren van Indonesië. Vanaf deze hoogte kunnen ze
vrijwel de hele regio Yigi overzien. ‘De bewoners hebben het district al
lang geleden verlaten,’ zegt luitenant Deddy Santoso, die het bevel over de
wachtpost voert.

Bloedbad

Op 1 december 2018 hebben de gewapende onafhankelijkheidsstrijders van
Egianus arbeiders van het bedrijf Istaka Karya ontvoerd vanaf de bouwplaats.
De volgende dag hebben ze hen meegenomen naar de Tabotberg, op ongeveer drie
kilometer van Yigi, waar ze zeventien van hen hebben afgeslacht. Het
bloedbad zou zijn aangericht omdat de arbeiders niet aan een bevel van de
rebellen hadden gehoorzaamd. Die hadden hen gesommeerd de regio te verlaten
een week voordat het tpnpb op 1 december de onafhankelijkheid van
Papoea-Nieuw-Guinea zou herdenken. tpnpb -strijders hebben eveneens vier
arbeiders achtervolgd die hadden weten te ontkomen naar de post van het
Indonesische leger in het district Mbua, op ongeveer twee kilometer van de
Tabotberg. Op 3 december hebben de strijdende partijen elkaar van de ochtend
tot de avond beschoten. De coördinator van het evangelische
Papoea-kerkgenootschap Kingmi in de regio Nduga, dominee Nathaniel Tabuni,
vertelt dat hij zich toen in allerijl naar het midden van het slagveld heeft
begeven. Door met een vlag van de kerk te zwaaien hoopte hij de groep van
Egianus en het nationale Indonesische leger ertoe te bewegen hun
vijandelijkheden te staken. ‘Als reactie werd er een speer naar me geworpen,’
zegt hij.

Versterkingen

Tijdens de schermutselingen is een Indonesische militair gesneuveld. De
volgende dag zijn Indonesische soldaten en politiemensen Mbua binnengevallen
om het lijk af te voeren en de mannen van Egianus net zolang te achtervolgen
tot ze zich terugtrokken in de richting van Yigi. Op de weg die vanaf de
Tabotberg omlaagloopt en het bos doorkruist, kun je nog enorme omgehakte
boomstammen zien liggen die door de onafhankelijkheidsstrijders zijn
gebruikt om de voertuigen van het Indonesische leger de weg te versperren.

En nu, eind maart 2019, is het district Yigi nog steeds niet onder controle
van het Indonesische leger. ‘Afgelopen week zaten daar een stuk of vijf
gewapende mannen,’ vertelt luitenant Deddy Santoso terwijl hij in de
richting van een hut op twee kilometer van zijn post wijst. Niet ver van
deze hut zie je het kamp van het bedrijf Istaka Karya liggen. Zware machines
staan werkloos tussen het onkruid. IJzeren bewapening verroest, kabels
rotten weg in containers. Langs de kant van de weg liggen betonblokken
opgehoopt. Sinds het conflict in december 2018 is uitgebroken is de bouw van
nieuwe infrastructuur in deze regio tot stilstand gekomen, met name de
Trans-Papoea-weg, die het oosten van de provincie met het westen moet
verbinden, een van de vlaggenschipprojecten van president Joko Widodo.

In feite maakt het leger al sinds eind juni 2018 jacht op de mannen van
Egianus Kogeya. Ze worden er door de politie van beschuldigd begin oktober
2018 in Mapenduma verscheidene onderwijzers en gezondheidswerkers te hebben
gegijzeld en een onderwijzeres te hebben verkracht. Volgens een neef van
Egianus is de verkrachter geen lid van de betreffende groep.

De commandant van het bataljon van Nduga, majoor Deri Indrawan, legt uit dat
de Tabotberg het toevluchtsoord van Egianus en zijn mannen is geworden.
Vandaar kunnen ze van de ene regio naar de andere trekken. De berg, die vaak
door mist aan het oog wordt onttrokken, is 2800 meter hoog. Hij verbindt
Yigi en Mbua. ‘We hebben de Tabot inmiddels veroverd, maar we hebben er nog
geen post ingericht,’ licht majoor Indrawan toe.

Volgens kolonel Binsar, chef van het operationele commando, proberen leger
en politie de bewegingsvrijheid van Egianus en zijn mannen te beperken, ook
door hun de toegang tot de logistiek en de munitie vanuit de stad Wamena te
beletten. In Napua, in de buurt van Wamena, controleert het leger alle
voertuigen richting Mbua en Yigi. In de districten Mapenduma en Mugi zijn
ordetroepen gestationeerd. Begin maart zijn drie commando’s gesneuveld
tijdens een treffen met de mannen van Egianus. Sebby Sambom, woordvoerder
van het tpnpb, bevestigt dat zijn manschappen vijf mannen van het
Indonesische leger hebben gedood en vier geweren hebben buitgemaakt. En half
maart is een soldaat van de mobiele brigade gedood op de luchthaven van Mugi
terwijl hij toezicht hield op het uitladen van logistiek materieel.

Radio

Ondanks het conflict tussen de ordetroepen en de mannen van Egianus
communiceren de twee kampen soms via de radio. Luitenant Deddy Santoso
vertelt over een gesprek dat zich ontspon tussen de groep van Egianus en de
soldaten. Volgens Deddy legde een van de rebellen aan een militair de
redenen uit waarom ze wilden dat Papoea onafhankelijk werd. Daarna had de
militair gezegd: ‘Nou, laat Egianus dan naar beneden komen, dan drinken we
samen een kop koffie.’

Waarop de stem aan de andere kant van de radiogolf antwoordde: ‘Ach, daar
heb ik de puf niet voor…’ Anders dan in het district Yigi begint in Mbua het
leven weer normaal te worden. Tempo was getuige van de terugkeer van
bewoners naar hun dorp, ook al leven sommigen nog als vluchteling in
verschillende regio’s.

Op maandag 1 april liet een oma haar varkens grazen in de buurt van een
landingsbaan. Diezelfde dag namen zes leerlingen van de protestantse school
Firdaus deel aan de nationale examens. ‘Hier is de situatie weer veilig,’
bevestigt Ut Lokbere, de directeur van de school. Uts dochter Natalia, die
naar Wamena was gevlucht, erkent dat ze nog getraumatiseerd is. Twee van de
drie inwoners die zijn gedood tijdens de schermutselingen tussen het leger
en het tpnpb waren leerlingen van haar school. Kolonel Binsar bevestigt dat
er burgers zijn omgekomen bij de aanval op 4 december 2018. Volgens hem
maakten ze deel uit van de groep die de legerpost aanviel. ‘Dorpelingen uit
Mbua hebben deelgenomen aan de aanval. Als iemand een wapen draagt en tot de
aanval overgaat, is het legitiem om op hem te schieten,’ licht de kolonel
toe.

Geroosterde stenen

De militairen proberen op betere voet met de lokale bevolking te komen. Zo
gaat kolonel Binsar vaak naar Mbua. Samen met dominee Nathaniel Tabuni heeft
hij al twee keer een plechtigheid met ‘geroosterde stenen’ georganiseerd, de
traditionele Papoease bereidingswijze van knolgewassen, kip en varken die
onder gloeiend hete stenen worden begraven. Maar desondanks wil de dominee
dat het leger zijn regio verlaat. Ook al is de situatie gekalmeerd, toch
zijn veel bewoners volgens hem bang voor de aanwezigheid van het leger en de
politie. De dominee verzekert dat de mannen van Egianus ook niet meer welkom
zijn in Mbua. ‘Ik wil geen bloed meer zien vloeien in Nduga,’ zegt hij.

Stefanus Pramono.

VIJFTIG JAAR CONFLICT

Sinds de integratie in Indonesië in 1969 is Papoea-Nieuw-Guinea een
struikelblok voor alle opeenvolgende regeringen geweest.

Het geweld, de conflicten en de slachtoffers daarvan vormen, aldus de krant
Koran Tempo, een oneindige ‘cyclus’ die hele generaties van strijders heeft
voortgebracht. De voorkeursbehandeling die leidde tot toegenomen veiligheid
en economische ontwikkeling heeft geen vrede kunnen brengen. Ondanks diverse
vreedzame toenaderingspogingen door president Joko Widodo (Jokowi) vanaf het
moment dat hij in oktober 2014 aan het bewind kwam, zoals gratie voor vijf
politieke Papoeagevangenen die tot twintig jaar of levenslange
gevangenisstraf waren veroordeeld, gaat het geweld tussen de ordetroepen en
de onafhankelijkheidsstrijders onverminderd door. Meer dan zijn voorgangers
heeft Jokowi zeer prestigieuze plannen gelanceerd om de infrastructuur in de
twee Papoeaprovincies van Indonesië te verbeteren en daarmee hun economische
‘achterstand’ op te heffen. Maar juist tegen die economische ontwikkeling,
met name de aanleg van de Trans-Papoeaweg, verzetten de
onafhankelijkheidsstrijders zich. Ondanks het geweld heeft meer dan tachtig
procent van de Papoea’s tijdens de presidentsverkiezingen op Jokowi gestemd.
Op 14 mei wees de officiële stemmentelling hem al als definitieve winnaar
aan in vier Papoeadepartementen. Zal Jokowi kunnen profiteren van deze
ongekende populariteit om een echte, respectvolle dialoog met
Papoea-Nieuw-Guinea in gang te zetten, zoals alle vredelievende Papoea’s
eisen?