Al vijftig jaar zijn Papoea’s een volk dat er niet mag zijn PDF Afdrukken E-mailadres
vrijdag 02 augustus 2019 06:52

ND – door Jan van Benthem – 02-08-2019
BUITENLAND
Papoea-kinderen in een tijdelijk opvangcentrum in Wamena (Papua) in februari van dit jaar. Honderden burgers zijn gevlucht voor gevechten in de onrustige Indonesische provincie.

wamena002

Precies vijftig jaar geleden, op 2 augustus 1969, zouden de Papoea’s in West-Papua zich mogen uitspreken over wel of geen onafhankelijkheid van Indonesië. Het werd een internationaal verraad. Vijftig jaar later groeit de drang naar een echt vrije keuze. Alleen van Nederland verwacht eigenlijk niemand meer wat.
UTRECHT – NEW YORK
De uitkomst van ‘de vrije keuze’ van de Papoea’s over onafhankelijkheid voor West-Papua (toen nog Irian Jaya) was van tevoren wel uit te tekenen. In Washington wisten ze dat wellicht nog het beste. Want de Amerikaanse ambassadeur Frank Galbraith had in een vertrouwelijk rapport een duidelijke conclusie getrokken: ‘Gezien de omvang van de oppositie tegen de Indonesische overheersing, heeft een afgetekende meerderheid van het Irianese volk, misschien zelfs 85 tot 90 procent, sympathie voor de zaak van een vrij West-Papua of ten minste een intense hekel aan Indonesië.’
Terecht, laat Galbraith zien: ‘West-Irian werd bestuurd als een militaire heerlijkheid.’ Hij spreekt over wijdverbreide corruptie en ‘geruchten van genocidale acties’, maar concludeert ook dat als enige vraag overblijft met hoeveel geweld het Indonesische leger ‘dissidenten wil verpletteren’. Dat de Papoea’s geen vrije keus zouden krijgen, wist iedereen wel.
Het werd een schijnvertoning. Geen referendum waarin alle volwassen Papoea’s mochten stemmen, zoals was overeengekomen toen Nederland het gezag over Nederlands Nieuw-Guinea overdroeg. Ruim duizend door het militaire bestuur aangewezen vertegenwoordigers van de Papoea-gemeenschappen mochten zich unaniem uitspreken voor aansluiting bij Indonesië. Dat was ook een stuk gezonder voor hun gezinnen, zo tekende de Australische -Reuters-verslaggever Hugh Lunn de sinistere dreiging op.
zwart gat
In de vijftig jaar daarna is West-Papua verworden tot ‘een zwart gat voor de mensenrechten in Indonesië’, constateerde Amnesty International in haar jongste rapport, met de titel ‘Maak je niet druk, laat hem maar gewoon doodgaan’. Onderzoekers van de Griffith Universiteit in Australië en de Yale Universiteit in de VS spreken van ‘een langzame genocide’, met tienduizenden tot honderdduizend doden door geweld, honger, wanbestuur en uitbuiting. Ook dit jaar zijn volgens lokale organisaties ruim 180 burgers omgekomen, op de vlucht na dodelijke conflicten tussen gewapende rebellen en het leger.
‘Het is gewoon verbijsterend dat in Nederland de mensenrechtensituatie op West-Papua niet wordt opgepakt. Op Kamervragen komen alleen wat standaard antwoorden van de regering’, zegt Koen de Jager, veteraan van de Nederlandse militaire acties rond toen nog Nederlands Nieuw-Guinea in 1962. Hij verwacht niet veel meer van Den Haag, wat deze oud-kolonie betreft. ‘Het zijn wegschuivertjes. Terwijl mensenrechten officieel de hoeksteen van ons buitenlandbeleid heten te zijn.’ De Jager is nu betrokken bij Hulp aan Papoea’s in Nood (Hapin). Hij is typerend voor veel van de veteranen die na terugkomst in Nederland ‘het vervelende gevoel hadden dat we hen in de steek hebben gelaten’, zoals hij het zelf omschrijft. Diverse stichtingen ontstonden, vaak met nauwe banden met de organisaties van de circa 1500 Papoea’s die naar Nederland zijn gekomen. Opvallend is de sterke toename van kinderen en kleinkinderen van zowel de veteranen als Papoea’s in Nederland, die West-Papua bezoeken. ‘Ik heb nog nooit zo veel aanvragen gehad als nu’, aldus Reinier de Lang van Hapin. Het tekent ook een veranderende belangstelling, naar culturele banden en het zoeken naar de eigen identiteit.
twee werelden
Een van hen is Vien Sawor, dochter van Zacharias Sawor, een van de eerste politieke vluchtelingen uit Irian Jaya naar Nederland. Haar vader was ‘steeds bezig met de zaak voor een vrij West-Papua’, vertelt ze. Zelf is ze onder meer actief via de stichting Rajori, om studenten op West Papua betere kansen te bieden. ‘Ik moet er gewoon geregeld heen. Ik ben hier in Nederland super-Hollands opgevoed. Thuis werd alleen Nederlands gesproken en we moesten ons hier aanpassen en er iets van maken. Maar als ik daar kom en mijn familie weer ontmoet, voelt het ook als thuiskomen. Ja, ik leef zeker in twee werelden en ik voel me daarin bevoorrecht.’
Fadjar Schouten-Korwa heeft een vergelijkbare achtergrond, maar richt zich als juriste meer op het verdedigen van de rechten van de Papoea’s, via de stichting ILWP (Internationale juristen voor West-Papua). Deze is nauw verbonden met de ULMWP (Verenigde bevrijdingsbeweging West-Papua) van politiek vluchteling en activist Benny Wenda. In ons land wordt de beweging vertegenwoordigd door Free West Papua Campaign in Nederland, geleid door Oridek en Raki Ap – zoons van de in de Indonesische gevangenis omgebrachte antropoloog en musicus Arnold Ap.
De nadruk van dit werk is internationale politieke bewustwording, ook in Nederland. Eerder dit jaar had een delegatie van de ILWP samen met Benny Wenda een gesprek met de commissie Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer.
identiteit
Zelf nam Fadjar Schouten-Korwa eerst afstand van het activisme van haar ouders. ‘De oudere generatie verdronk in haar strijd’, karakteriseert ze die periode. ‘Maar rond mijn veertigste realiseerde ik me dat dit ook onderdeel is van mijn identiteit.’ Schouten-Korwa is sinds 2014 betrokken bij ILWP. ‘Ik probeer op een professionele manier de mogelijkheden te verkennen, zoals bij de Verenigde Naties. Want het internationaal recht staat overduidelijk aan de kant van West-Papua. Eerlijk gezegd steekt het wel dat Nederland niets doet.’
Op West-Papua zelf zijn het volgens Schouten-Korwa nu vooral de kerken die actief zijn in het registreren en melden van schendingen van de mensenrechten. ‘Zij vullen de leegte op die de ngo’s hebben achtergelaten toen die van Indonesië moesten vertrekken. Journalisten worden ook niet toegelaten en daardoor zijn de kerken in feite de enige lijn die West-Papua nog met de buitenwereld heeft.’
Vien Sawor, die West-Papua geregeld bezoekt, merkt dat de jongeren de hoop op verbetering hebben verloren en ‘genoeg hebben van de situatie. Je ziet dat aan de beelden van demonstraties, tot in Indonesië zelf toe.’ Die demonstraties zijn in haar ogen terecht: ‘Er groeit in West-Papua een verloren generatie op. Er sterven ook veel jonge mensen door de slechte gezondheidszorg, er is slecht onderwijs. Een hele generatie slimme jonge mensen kwijnt weg door toedoen van Indonesië.’
1,8 miljoen handtekeningen
Toch is er wel verandering. Er komt meer internationale aandacht, onder meer door bezoeken door de Wereldraad van Kerken, een onderzoek door de Katholieke Kerk in Australië, en ook meer bewustwording bij het kantoor van de Hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN (OCHA). Woordvoerder Ravina Shamdasani van deze organisatie veroordeelde het recente optreden van het Indonesische leger en stelde dat de Papoea’s als inheems volk ‘recht hebben op de vrijheid van vreedzame bijeenkomsten en meningsuiting’.
Ook in Australië en Groot-Brittannië is meer aandacht voor de situatie op West-Papua. In mei dit jaar hield het Britse parlement een debat over de kwestie waarbij de Britse regering stelde dat de ‘vrije keuze’ van 1969 een ‘volkomen mislukking’ was.
En bij de VN lukte het de Free West Papua Campaign eind januari eindelijk een petitie met 1,8 miljoen handtekeningen (driekwart van de volwassen Papoea-bevolking) aan te bieden aan de Hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet.
De petitie komt in feite op één ding neer: Geef ons nu echt die beloofde vrije keuze. <
https://www.nd.nl/nieuws/buitenland/al-vijftig-jaar-zijn-papoea-s-een-volk-dat-er.3501918.lynkx