Zo belandde verstekeling Eddy (80) van Nieuw-Guinea in Nieuwegein: ‘Ik kon bijna geen adem meer halen’ Afdrukken
zaterdag 15 augustus 2020 09:56

Algemeen Dagblad AD, 15-08-2020 Roeland Franck 15-08-20, 19:30
https://www.ad.nl/utrecht/zo-belandde-verstekeling-eddy-80-van-nieuw-guinea-in-nieuwegein-ik-kon-bijna-geen-adem-meer-halen~aa9fcc48/?utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_campaign=socialsharing_web&fbclid=IwAR3sxLRnKTsxT_07H3AhVu--CM4uhXR4MI2gfg4SC4ld3NDEmwPYUfbHaJA

images2

Eddy Korwa (80) kwam als verstekeling in de jaren zestig naar Nederland. Hij publiceert zijn curieuze verhaal in het boek De verstekeling. © Angeliek de Jonge

Als verstekeling op een Nederlands koopvaardijschip vluchtte Eddy Korwa (80) in 1964 uit het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea naar Nederland en belandde uiteindelijk in Nieuwegein. Nu doet hij zijn bizarre verhaal.

Korwa kan in 1964 zijn ogen niet geloven als hij als havenmedewerker in Sorong een blik werpt op de bemanningslijst van de Schelde Lloyd die net met hulpgoederen uit Nederland is aangemeerd. Zijn ogen blijven hangen aan één naam: Leo Franciscus Flake.

Sneeuw

Het is dan inmiddels ruim tien jaar geleden dat Korwa op aandringen van een leraar als 14-jarig jochie op school ging corresponderen met een leeftijdgenootje aan de andere kant van de wereld, in Nederland. Precies: ene Leo Franciscus Flake uit Enschede.

,,We waren nog kinderen, dus wat we schreven waren vooral jongensverhalen. Leo schreef over de winter in Nederland en over de sneeuw daar. Dan schreef ik terug: ‘Bij ons kun je het hele jaar zwemmen. Maar wij hebben ook sneeuw, eeuwige sneeuw op de toppen van de bergen in het binnenland.’ We schreven ook over onze dromen voor later. Ik weet nog dat ik hem een keer schreef: ‘Als ik ooit in Nederland kom, dan kom ik je opzoeken’. Toen ik een aantal jaar later voor mijn opleiding naar Hollandia (het huidige Jayapura, red.) vertrok, is onze correspondentie gestopt.”

Strijd

Korwa volgt een opleiding tot timmerman en vervolgens in de scheepvaart. Intussen is de strijd ontbrand over de toekomst van het westelijk deel van Nieuw-Guinea. Het maakte geen deel uit van de soevereiniteitsoverdracht in 1949 aan Indonesië, maar behoort nog altijd tot het koninkrijk. Indonesië voert de druk op met propaganda en infiltratie-acties.

In 1962 gaat het westelijk deel van het eiland alsnog over naar het gezag in Jakarta. Dat is zeer tegen de zin van de Papoea gemeenschap die - ondanks zwarte bladzijden in de met Nederland gedeelde geschiedenis - nu vooral voordelen ziet in het onderdeel blijven van het Koninkrijk. Zij vrezen dat het gratis onderwijs en de gezondheidszorg die Nederland biedt verdwijnen. Daarnaast zijn de etnische verschillen groot. Javanen voelen zich verheven boven Papoea’s, menen die laatste En dan is er nog het godsdienstig verschil. Waar Indonesië overwegend islamitisch is, zijn de Papoea’s, naast tal van inheemse godsdiensten toch vooral het christendom toegedaan.

Suiker

Korwa legt zich niet neer bij de Indonesische overname en sluit zich aan bij het verzet, hij organiseert sabotage-acties. ,,Ik kon niet tegen die situatie, dus ik heb de jongeren geleerd wat ze konden doen. We slopen legerplaatsen van de Indonesiërs binnen en gooiden bijvoorbeeld suiker in de benzinetanks van de voertuigen van de Indonesiërs. Dat was gevaarlijk. Als ze je te pakken kregen werd je in de hoek gezet en was het ‘pang, pang’.”

Als hij van een neef hoort dat hij op een Indonesische zwarte lijst staat, probeert Korwa te vluchten, tevergeefs. Hij veinst motorpech als de Indonesische kustwacht hem terugsleept naar de haven. Gelukkig hebben ze Korwa’s identiteit en plannen niet door.

ALS ZE JE TE PAKKEN KREGEN WERD JE IN DE HOEK GEZET EN WAS HET ‘PANG, PANG’ : Eddy Korwa

,,Ik hield mijn politieke ideeën daarna voor mezelf en kon met mijn opleiding voor de Indonesiërs aan de slag als kwartiermeester in de haven van Sorong. Ze zeiden zelfs dat ik naar de hogere zeevaartschool zou kunnen. Ik liet nooit merken dat ik anti-Indonesisch was.”

Bootsman

De inmiddels 24-jarige Korwa ruikt zijn kans als hij die voor hem zo bekende naam ziet op de bemanningslijst van de Schelde Lloyd. Met behulp van zijn havenpas weet hij aan boord van het schip te komen en vraagt naar Leo Flake. De bootsman antwoordde bevestigend: jazeker, die is hier. ,,Ik vroeg of ik hem mocht spreken, waarop de bootsman naar de mannen in de kantine riep: ,,Hé Leo, ik heb hier een Papoea-jongen die je wil je spreken.”
images3De Schelde Lloyd waarmee Eddy Korwa in vier maanden als verstekeling naar Nederland voer. © AD

,,Leo vertelde mij dat hij had gecorrespondeerd met een Papoea-jongen in Biak. Hij voegde er aan toe dat hij hoopte op deze laatste tocht die jongen te kunnen vinden. Ik was nog altijd stil van spanning, maar Leo praatte gewoon door. Toen stond hij op en pakte een fotoalbum van zijn kastje. Hij haalde er een foto uit en liet mij zijn correspondentievriend zien.”

Spanning

,,Ik kon bijna geen adem meer halen, want ik had mijn eigen foto in mijn hand! Maar ik zei hem niet meteen dat ik het was, de spanning was gewoon te groot. In plaats daarvan zei ik dat ik ook een foto had van mijn correspondentievriend, een Nederlandse jongen. Leo wilde die foto graag zien.”

,,Toen ik de foto uit mijn zak haalde riep Leo verrast: ‘Wauw, dat is mijn pasfoto! Ben jij die Korwa?!” Hij sloeg zijn armen om me heen in een stevige omhelzing terwijl hij me vroeg: ‘Wat wil je, wat ben je van plan?’ Ik zei: ‘Ik wil weg van hier, ik wil vluchten.’ Leo reageerde meteen: ‘Goed, ik zorg dat je in Nederland komt’.”

Dekzeil

,,Leo nam me mee naar de machinekamer, naar beneden. Daar, onder in het schip, onder een dekzeil, was een verborgen ruimte onder een olietank. ‘Daar kan niemand je vinden’, zei hij. Leo wilde me af en toe wat eten en drinken brengen, maar dat wilde ik niet. Ik wilde hem niet in problemen brengen, het zou opvallen als hij met voedsel door de machinekamer liep. Ik wilde daar zelf voor zorgen.”

“ZE DOORZOCHTEN HET SCHIP, MAAR KONDEN DUBBELE BODEM WAAR WIJ ZATEN NIET VINDEN. TOEN WE DE BOOT HOORDEN VERTREKKEN HEBBEN WE GEBEDEN”: Eddy Korwa

,,Uiteindelijk ben ik de volgende dag met een vriend samen aan boord gegaan en hebben we ons verstopt. Ik had een leren jack gekocht waarin ik al mijn persoonlijke documenten had ingenaaid. De Indonesiërs misten ons al snel en vermoedden dat we wilden vluchten. Ze doorzochten het schip, maar konden de dubbele bodem waar wij zaten niet vinden. Toen we de boot hoorden vertrekken hebben we gebeden. Het was een bijzonder en spannend moment. Zou het nu toch lukken en zouden we ooit in ons land terugkomen? Het was daar donker, maar we konden door een spleet net de klok in de machinekamer zien.”

,,Na drie dagen zijn we tevoorschijn gekomen. Dat was eigenlijk te vroeg, want we voeren nog langs de kust van Nieuw-Guinea. De kapitein wilde ons terugsturen, maar veel zeelieden waren voormalige mariniers die met de Papoea’s hadden samengewerkt. Zij weigerden ons aan land te zetten en zorgden ervoor dat we mochten blijven. Na telegrafisch contact met rederij Lloyds in Rotterdam kwam het bericht dat we met goedkeuring van de Nederlandse regering aan boord mochten blijven. We kregen een hut en eten en drinken, maar mochten niks doen op het schip. Alleen als we op open zee waren en toch nergens heen konden, mochten we onze hut uit.”

Criminelen

Ruim vier maanden varen brengt de mannen langs China, Aden, Caïro, Beiroet en tenslotte via Kreta en Napels verder naar West-Europa. In al die plaatsen mogen ze niet van boord, of worden juist door de lokale autoriteiten in bewaring genomen uit angst dat ze in de illegaliteit verdwijnen. Dat komt meestal neer op verblijf in de cel, soms tussen de lokale criminelen. De sigaretten die de beide Papoea’s op zak hebben, doen wonderen om het verblijf - dat soms meerder dagen duurde - een beetje dragelijk te maken. Leo heeft dan intussen het schip in Sydney verlaten.

“IK SCHREEF MIJN OUDERS WAT MIJN PLANNEN WAREN EN DAT IK HEN OOIT WEER TERUG HOOPTE TE ZIEN. DAT IS ER HELAAS NIET VAN GEKOMEN.”: Eddy Korwa

Het vertrek uit Nieuw-Guinea betekende voor Korwa een onverbiddelijk afscheid van zijn familie en vrienden. ,,Die had ik nooit van mijn vluchtplannen verteld, ze wisten het niet. Ik heb mijn ouders een brief geschreven die ik de avond voor vertrek nog op het postkantoor van Hollandia op de bus heb gedaan. Daarin schreef ik wat mijn plannen waren en dat ik hen ooit weer terug hoopte te zien. Dat is er helaas niet van gekomen. Ik ben inmiddels vier keer terug geweest, maar mijn ouders waren toen al overleden.”

Eenmaal aangekomen in Rotterdam worden Korwa en zijn metgezel door de politie van boord gehaald. Een commissaris geeft het tweetal te verstaan dat ze met het eerstvolgende schip retour gestuurd zullen worden. ,,Hij veronderstelde dat ik helemaal geen papieren bij me had. Maar ik had al die tijd al mijn documenten zoals mijn geboorteakte, maar ook een toespraak van de toenmalige staatssecretaris Theo Bot voor overzeese gebiedsdelen in de voering van mijn jas zitten. In die toespraak beloofde Bot Papoea’s asiel. Die politiecommissaris wilde dat nog wel even van de bewindsman zelf horen en belde met Den Haag. De ministerraad was in vergadering, maar nog diezelfde dag kwam in Rotterdam een ordonnans voorrijden met onze asielpapieren.”

images1Eddy Korwa en Leo Flake in mei 2013 in Enschede. © Privéfoto

Marechaussee

Niet lang daarna vindt Korwa werk bij Defensie, als marechaussee gaat hij aan de slag in de Kromhout en de Hojelkazerne in Utrecht. Hij kan in Nieuwegein gaan wonen. ,,Daar werden wel grapjes over gemaakt. Het lijkt toch een beetje op Nieuw-Guinea...’’ Korwa trouwt, en krijgt zeven kinderen, van wie zijn zoon Jofrey in 2013 overlijdt. Hij is het die zijn vader aanmoedigt zijn relaas op papier te zetten. Dat doet Korwa uiteindelijk, samen met Endie van Binsbergen uit Utrecht.

Het contact met Leo Flake gaat na diens afmonsteren in Sydney opnieuw verloren, tot in 2010 een ander bemanningslid van de Schelde Lloyd, met wie Korwa nog wel contact heeft via Facebook, de tukker weet te vinden. Hij blijkt nog steeds in Enschede te wonen. Leo verschijnt als verassing op Korwa’s zeventigste verjaardag. Daarna hebben de mannen nog geregeld contact, tot het overlijden van de Enschedeër in 2013.

Bizar relaas

In zijn recent verschenen boek De verstekeling doet de Nieuwegeiner zijn verhaal. Het is niet alleen een bizar relaas, maar ook een schreeuw om aandacht van de voormalig Papoea-verzetsstrijder voor het conflict met de Indonesische overheersers dat nog altijd gaande is.

Korwa kijkt met tevredenheid naar de stapel exemplaren van De Verstekeling die klaar liggen voor verzending. ,,Ik zie het als een bijdrage aan mijn land. De Indonesiërs zullen er wel niet blij mee zijn, maar ook voor Nederland is het een boodschap, want de Nederlanders hebben al die tijd de andere kant op gekeken.”

Politieke druk

Nederlands Nieuw-Guinea was tot augustus 1949 onderdeel van Nederlands-Indië. Het maakte geen deel uit van de soevereiniteitsoverdracht in 1949 aan de republiek Indonesië. Dit zeer tegen de zin van Soekarno, de eerste presiddent van Indonesië.

Wat volgde waren jaren van infiltratie en politieke druk op Nederland om het westelijk deel van Nieuw- Guinea over te dragen aan Indonesië. Dat gebeurde onder grote internationale politieke druk uiteindelijk in 1962.

De Papoeabevolking bleef zich verzetten. Zij hadden liever de onafhankelijke status gezien die Nederland voorbereidde. Korwa behoorde tot de Papoea’s die zich actief verzetten tegen de nieuwe machthebbers en moest voor zijn veiligheid vluchten.

Meer informatie is te vinden op www.verstekeling.webnode.nl