Zestig jaar Rechten van de Mens, maar nog altijd niet van de Papoea's PDF Afdrukken

Uit: Delft op zondag - de krant online
DELFT – Het was afgelopen woensdag precies zestig jaar geleden dat de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ door de Verenigde Naties werd uitgeroepen. Voor Max Ireeuw en nog zo’n dertig papua’s genoeg reden om naar het Vredespaleis en de Indonesische Ambassade in Den Haag te gaan voor een protest tegen de mensenrechtenschendingen in hun land: West-Papoea.

Max Ireeuw (links) en Marco de Jager
Max Ireeuw (links) en Marco de Jager: Nederland en de wereld moeten het 's voor de Papoea's opnemen.

 

 

Om dit protest te begrijpen, is een klein Geschiedenislesje geen overbodige luxe. Papoea Nieuw-Guinea was lange tijd een kolonie van Nederland. Nadat Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, ontstond er veel getouwtrek tussen Nederland en Indonesië. “Indonesië wou Nieuw Guinea maar wát graag hebben. Ook vanwege de grondstoffen in de bodem”, legt Max Ireeuw uit. “Soekarno, de leider van Indonesië, dreigde over te stappen naar de communisten als hij Nieuw-Guinea niet kreeg. Om dit te voorkomen heeft de Verenigde Staten druk op de Nederlandse Regering gezet om Nieuw-Guinea los te laten.” 

En dus viel Nieuw-Guinea in 1962 in handen van Indonesië. In 1969 zou er echter een referendum komen. De Papoea’s zouden dan zelf mogen beslissen of ze zelfstandig of onder het gezag van Indonesië verder wilden. Soeharto was inmiddels in Indonesië aan de macht gekomen. Hij was duidelijk geen voorstander van dit referendum. Dit referendum werd dan ook een farce, weet Marco de Jager. De Delftenaar is medebestuurslid van de stichting Pro Papoea, een stichting die als doel heeft het ondersteunen van de Papoea’s in hun recht tot zelfbeschikking. 

“Tijdens dat referendum moesten 1026 Papoea’s onder dwang vóór aansluiting bij Indonesië kiezen”, weet De Jager. “Terwijl iedereen dacht dat het tijdens dit referendum one man, one vote zou zijn. De Papoea’s konden fluiten naar zelfstandigheid. En tot op de dag van vandaag worden ze behandeld als derderangs burgers.” Het Oostelijke deel van het eiland werd in 1975 overigens wèl onafhankelijk. Dat heet nu Papoea Nieuw-Guinea. Het Westelijk deel werd dus een provincie van Indonesië. 

De Jager weet, net als alle andere betrokkenen, hoé moeilijk het is om iets aan de situatie in West-Papoea te veranderen. Daarom probeert hij vooral de mensen die wèl iets kunnen betekenen, en dat zijn de politici in Den Haag en Brussel, te overtuigen van het onrecht dat de Papoea’s wordt aangedaan. Want, weet Max Ireeuw op zijn beurt: “Indonesië heeft vals gespeeld. Maar op het cruciale moment heeft Nederland niet geprotesteerd.” Daar hebben de Nederlandse Papoea’s Maxime Verhagen, de minister van Buitenlandse Zaken, deze week ook op gewezen. In de petitie, die ze aanboden, doen ze een moreel appèl op Verhagen om zich ‘openlijk uit te spreken over de mensenrechtensituatie in West-Papoea’. 

Daarnaast verzoeken ze de minister en de andere leden van de Nederlandse Regering om bij de Indonesiche Regering aan te dringen op een beëindiging van de schendingen van de mensenrechten in West-Papoea. Die zijn volgens Marco de Jager namelijk niet mis. “Ik heb een paar voorbeelden”, zegt hij, terwijl hij een blaadje tevoorschijn haalt. “Dit zijn stukken van Amnesty International”, licht hij toe. “Zij maken zich zorgen over de vrijheid van meningsuiting in West-Papoea. Bekend is dat in 2007 63 arrestaties zijn verricht bij vreedzame meningsuitingen. In 2008 zijn twee mensen tot vijftien en tien jaar gevangenisstraf veroordeeld, omdat ze de vlag van West-Papoea hesen.” 

De Indonesische Regering doet volgens Ireeuw en De Jager hard haar best om elke vorm van nationalisme onder de Papoea’s meteen en grondig de kop in te drukken. Het slecht betaalde leger en de Politie doen op hun beurt een duit in dit zakje door te proberen over de ruggen van Papoea’s wat bij te verdienen. Ireeuw: “Ze zien de Papoea’s niet als mensen, ze behandelen hen als dieren. Dat kan je niet onder woorden brengen, je moet het ervaren, denk ik. Ze willen aan de rest van de wereld laten hoe goed ze bezig zijn. Daar hebben ze allerlei trucjes voor. Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze voor scholen en gezondheidszorg zorgen. Maar echt goede bedoelingen om West-Papoea op te nemen bij Indonesië zijn er nooit geweest.” Marco de Jager kan erover meepraten. Hij is vorig jaar naar West-Papoea geweest. “Ze zeggen dat er in elk dorp onderwijs is. Ja, er staan scholen, maar er zijn geen leraren. En de artsen daar zitten zonder spullen en medicijnen. De uitvoering van de Indonesische beloftes is er niet.” 

In Indonesië wil men hierover volgens Ireeuw de dialoog niet aangaan. “Ze zijn autoritair”, weet hij. “Ze zeggen: ‘Dit is van ons en als het je niet bevalt, dan ga je maar weg’. Die houding bevalt ons niet. We moeten nu van de Europese Unie en de Verenigde Naties met elkaar in één land leven, maar ze hebben zich nooit verdiept in de problematiek tussen de twee volken. Die gaan namelijk niet goed samen.” 

Ook vanuit Nederland blijft het angstig stil als het gaat om het vinden van een oplossing. De Jager: “Het probleem is dat Nederland goede handelsbetrekkingen heeft met Indonesië. Dat maakt het lastig om Indonesië hierop aan te spreken. En er wordt gezegd: ‘Het is een binnenlands probleem, daar mogen we ons niet zwaar in mengen’. Wij zeggen, met de stichting Pro Papoea, op onze beurt: We hebben nog wat goed te maken tegenover de Papoea’s.” En dus zet de Stichting zich in voor ondersteuning in de strijd om zelfbeschikking voor de Papoea’s. “We hebben met alle politieke partijen in Nederland contact”, vertelt De Jager. “We zorgen dat ze informatie krijgen over wat er daar gebeurt, want van Indonesië krijgen ze die informatie sowieso niet.” 

Max Ireeuw juicht het toe dat er Nederlanders als Marco de Jager zijn die zich inzetten voor het aan de kaak stellen van het onrecht in zijn land. “Die steun is welkom. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd”, zegt hij. “Er zou eigenlijk nog meer steun moeten komen.” De Papoea’s die door de jaren heen zijn geëmigreerd, wonen in kleine groepjes verspreid over vele landen. “Het is daarom moeilijk om met elkaar een vuist te maken”, aldus Ireeuw. Want ook hier geldt volgens hem de kracht van het getal. “Als Marokkanen veel lawaai maken, dan wordt dat gehoord, want ze zijn met velen. Wij missen die aantallen. Maar ja, als je stil zit wordt er ook niet naar je gekeken.” De Jager: “In West-Papoea wil men wel een vuist maken, maar als men dat doet, dan komt het leger meteen kijken. Dan sta je met pijl en boog tegenover mitrailleurs.” Ireeuw en De Jager willen daarom bekendheid geven aan het onrecht dat de Papoe's wordt aangedaan. Ze willen Nederland wakker schudden. Ireeuw: “We doen een moreel beroep op Nederland, zodat ze een keer het recht van de Papoea’s uitspreken. Ze moeten tegen Indonesië zeggen: Dit en dit is afgesproken, maar nooit uitgevoerd. We vragen niemand om de wapens op te pakken. Juridisch gezien kun je Indonesië ook met argumenten klem zetten. Dat is wel het minste wat de wereld voor de Papoea’s kan doen.” (JN)